De STEM(ming) van Carice
Afscheid met drie zoenen
Ineens kwam er een mailtje binnen dat mijn dag veranderde. Er gebeurde iets onderin mijn buik. Het was alsof er iets ronddraaide in mijn lijf. Het mochten geen vlinders zijn.
Het berichtje kwam van een oude liefde. Hij had mijn boek zien liggen in de boekhandel en het meteen aangeschaft. Ademloos had hij Koosje uitgelezen. Hij schreef dat zijn moeder ook bipolair was. Hij had veel aan het verhaal gehad. Met hem was er in die twaalf jaar ook het nodige gebeurd.
We moesten toch echt eens bijkletsen en spraken af.
´Heb je met OudCollega afgesproken?’, riep een vriendin die hem ook kende van toen. ‘Dan ga ik mee!’
Ik denk het niet, dacht ik.
‘Ik laat het je wel weten’, hield ik de boot af.
Het verlangen een oude, kortstondige liefde weer te zien was groter dan de sociale wenselijkheid naar mijn vriendin. Ik wilde alleen met hem zijn. Weten hoe het met hem ging, of hij gelukkig was geworden en hoe hij die periode had ervaren. Ik manisch en ongeduldig, hij instabiel en ongrijpbaar. Het ging niet echt.
We werkten samen op een crisisopvang, terwijl de onrust vooral in onze hoofden woedde. Een cliënt die een leuke opmerking naar mij maakte: ‘Leuk jurkje, Carice’, werd door OudCollega nagejouwd op kantoor. Hij trok er dan een ‘nennie nennienennie’- gezicht bij. Ik lachte om zijn grappen terwijl de onrust in mijn hoofd alleen maar groter werd en de vlinders zich bleven vermenigvuldigen.
Mooie liedjes duren nooit lang. Onvoorspelbare ook niet. Toen het voorbij was, bleef ik achter met een nieuw vriendje. Manisch als ik was.
Het was als vroeger, toen ik hem weer zag. Het enige verschil was twaalf jaar een flinke rugzak voor ons allebei. Hij rookte en dronk niet meer. Toch was hij niets veranderd. Zijn humor was hetzelfde gebleven en zijn ogen stonden net zoals toen. Na twee minuten wennen waren we weer twaalf jaar terug. Nu dronken we alleen cola en verse muntthee in plaats van acht flessen wijn op een avond. We luisterden naar elkaar en lachten om hoe het ooit was. Ik had me met het verhaal kunnen laten meeslepen.
En dat was dus het grootste verschil met toen. Aan het eind van de avond nam ik afscheid met drie zoenen. Ik haalde mijn fiets van het slot en zwaaide hem gedag.
Ik haalde nog even diep adem, maar merkte dat het laatste kleine vlindertje zich stevig in mijn buik had genesteld.
Dat mocht van mij.
« Vorige Column |
Volgende Column » |
Schrijf je in op de RSS feed
Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.



