Het verhaal van Carice
Het Zegel is niet bereikbaar, neem contact op met uw administrator

De STEM(ming) van Carice

Beter een buur

‘Dit is mijn buurman’, zeg ik tegen een vriendin terwijl ik me de trap opwurm langs een heleboel mensen. ‘Ik zag hem vandaag ook voor het eerst’.

Wat hadden we geluk dat het mooi weer was. De zon stond alvast hoog aan de hemel. Morgen zou het lente zijn. Vandaag wilden we de lente vieren. Ons nieuwe huis en de verjaardag van lief. Aan het laatste wilde hij in eerste instantie niet al teveel woorden vuil maken. Een feest hoefde voor hem niet. Na de nodige discussie in onze nieuwe woning, een bijna-ruzie ‘jij-wilt-ook-nooit-wat’ en ‘maar-ik-houd-niet-van-grote-feesten’, deden we de uitnodigingen de mailbox uit.
‘Zullen we de buren ook uitnodigen?’, vroeg ik. ‘Gewoon? Het hele blok?’
‘Schatje toch’, schrok hij. ‘Wat is er met jou aan de hand?’

Ik wilde de lente vieren. In een nieuw huis, een nieuwe straat met mijn zelfde lief. We kochten drank, alcoholvrije wijn en spekjes voor de kinderen. Stiekem hoopte ik dat niet iedereen tegelijk zou komen. Met een marge van drie uur in de middag tot negen uur ’s avonds, hoopte ik dat het publiek zich zou spreiden. Enkele enthousiastelingen had ik er bij voorbaat op gewezen dat het niet te bedoeling was dat ze er ook echt de volle zes uur zouden zijn.
‘Ik hoop dat het past’, zei ik tegen mijn lief.
‘Ik hoop dat we genoeg eten hebben’, zei de Brabander in hem.

De mensen met kinderen kwamen het eerst. Daarna druppelden de buren binnen. Trots liet ik ze zien aan mijn vrienden. De familie van mijn lief kwam, er waren hele goede vrienden en mensen die we nog niet zolang kennen maar die wel erg leuk zijn. Lotgenotenvriendinnen en leuke mensen die ik via de schrijfwereld heb ontmoet. Er was zelfs een collega.

Ik schonk Baileys, rode, witte en roze wijn, biertjes en dronk zelf alcoholvrije wijn met de smaak van roosvicee. Ik rende naar de deur als de bel ging. Pakte cadeaus uit, wees mensen de weg naar de tuin, de drank en de hapjes en rende weer naar de deur.

Om een uur of zeven gingen ze er weer vandoor. Onze buren. Ze vonden het zo leuk dat ze een uitnodiging hadden gehad. Binnenkort mochten we hun huis bekijken. Dan kregen we een borrel. Vriendelijk liet ik ze uit. Ik gedroeg me zoals het hoorde en zei: ‘tot de volgende keer!’.

Tevreden mengde ik me tussen familie en vrienden. Ik was ineens zo gelukkig dat ik geniet van een feest waarop ik geen alcohol naar binnen gooi. Ik wist nog van wie ik welk cadeau had gekregen en had geen stomme dingen gezegd. Ik wilde een toost uitbrengen op de lente.
‘Weet je wat jouw lief net tegen ons zei?’, zei een lotgenotenvriendin toen. Ik liet mijn glas zakken. Ze grinnikte en leunde tegen de man aan waar ze van houdt.
‘Als jullie samen kinderen krijgen, knalt dat kind van de DSM IV af!’
Vriendin en haar te gekke lief liggen dubbel.
Op geschrokken toon roep ik de naam van mijn lief. Op zich is hij volwassen.
Op de eerste bijna-lentedag kwam het helaas niet in de buurt.

« Vorige Column  |   Volgende Column »  | RSS feed Schrijf je in op de RSS feed

Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.