De STEM(ming) van hel
Cadeautje uit de hel
‘Weet je nog dat ik jouw broers en je zusje voor het eerst op dat feest ontmoette?’, vraag ik aan Lief. Ik slurp van mijn chocolademelk met slagroom.
‘O ja!’, roept hij terwijl hij zijn ouders aankijkt met een blik van: ‘vroeger! Toen wij nog jong waren!’.
‘Met dat doe-eens-raar-met-je-haar-feest’, legt hij uit aan zijn ouders.
‘Dat was zo gezellig!’, roep ik. O ja. Wat was dat hypomanisch. We dansten en dronken de hele nacht door en de volgende dag wandelde ik met vriendinnen de Kennedymars. Tachtig kilometer lopen en weer een nachtrust overslaan. Allemaal voor het tijdperk van ‘Pap! Mam! Hoor es! Ik ben bipolair!’.
‘Ik vond het best wel heftig om jouw broers en zus toen te zien’, vertel ik. ‘Ik heb nauwelijks met ze gepraat’.
‘Waren wij daar niet bij dan?’, vraagt mijn schoonvader ineens.
‘Nee, jij mocht de drank regelen’, grinnikt mijn Lief. Ik herinner me de kratten met Breezers en Wodka waaraan ik me tegoed heb gedaan.
De moeder van mijn Lief trekt haar wenkbrauwen op en glimlacht een beetje.
Papa mocht de drank regelen. Daarna mocht hij weer door naar huis. Nog voordat de eerste gasten verschenen.
Ze mogen ons geld geven, wegbrengen en ophalen. Maar o wee als ze te dicht bij de ingang gaan staan of zelfs de discotheek binnen durven komen om te vragen waar we blijven. Met een verhuizing komen ze opdraven. Ze boren gaten in muren en krijgen daarna van hun zoon te horen: ‘Pahaap! Niet daar!’. Ze staan garant voor onze hypotheek. Zwaaien ons uit op Schiphol als we op vakantie gaan. Halen ons twee weken later weer op. Want ja. Die parkeerkosten hè. Ze behangen onze nieuwe muren. Naaien gordijnen voor onze ramen. Ze passen volledige werkweken op onze kinderen, maar mogen zich natuurlijk nergens mee bemoeien. Hallo. Het is ons kind!
Ze mogen geen onderscheid maken tussen hun kinderen. Ook niet als ze met het ene kind nou net even wat meer hebben dan met het andere. Ze moeten positief zijn. Stimulerend, maar vooral niet te pusherig of overbezorgd. Ze moeten hun grote auto uitlenen en het liefst hun tankpas ook. Als we bellen: ‘Pahap, wat is het nummer van je creditcard?’, zuchten we van irritatie als die ouwe durft te vragen waarvoor we dat nodig hebben.
En nog hoor ik ouders, zonder uitzondering zeggen: ‘Mijn kinderen zijn een geschenk uit de hemel!’
Een cadeautje uit de hel.
Ineens schaamde ik me. Voor al die keren dat ik midden in de nacht werd opgehaald. Mijn vader met een slaperig hoofd, ik met een chagrijnige omdat hij net te dichtbij de discotheek was gaan staan. De dagen waarop mijn moeder slovend in de keuken stond en ik bijna kokhalzend aan tafel zat. Andere moeders kookten veel lekkerder en waren bovendien allemaal moderner dan zij.
Toch hoop ik nog steeds op zo’n cadeautje. Het geschenk uit de hemel dat zich af en toe als een klein duiveltje gedraagt.
« Vorige Column |
Volgende Column » |
Schrijf je in op de RSS feed
Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.



