De STEM(ming) van Carice
Contragedrag
De hele week voelde ik het. Harde geluiden, langdurige vergaderingen, een fietser die aan de verkeerde kant van de weg reed en mij bijna aanraakte. Het irriteerde me tot oneindige hoogten. Een feestje waarbij ik liever had dat de feestgangers me met rust lieten. De tergende vragen: ‘Ben je al zwanger?’ en ‘Hoe gaat het met je boek?’. Ik kon het niet meer horen.
Mijn persoonlijke blocnote voor mijn stemmingen (mijn lifechart) liet een flinke afzakkende beweging zien. Ik wilde nog niet dood, maar had ook geen zin meer in het leven. En dat terwijl er leuke dingen gebeuren in het leven van Carice. Mijn nichtje die me enthousiast over zwemles vertelt, zorgt voor een opleving van minimaal drie kwartier. Een stuk bonbonbloc is goed voor zeven minuten levensgeluk met een terugval en gevoel van haat in de vorm van twee ons. Ik wist dat ik contragedrag moest gaan vertonen. Mezelf redden van de ondergang. Want ik weet het allemaal zo goed.
Toen ik de vrijdagavond thuis kwam, wist ik het. Ik ging nu doen wat voor mij goed voelde. Toen ik binnenkwam, sloot ik deuren en gordijnen. Weg met die zwoele lentezon in mijn huis. Ik had de duurste pasta gekocht die ik kon vinden bij de supermarkt en maakte er wat saus en groente bij. Ik at voor de tv. De hometrainer en mijn hardloopschoenen liet ik met rust. Toen er iemand belde, nam ik niet op. Het zou zo goed voor me zijn even met iemand te praten. Daarom deed ik het niet. Ik keek naar het meest deprimerende programma dat ik kon vinden via Uitzending Gemist en huilde om de mensen die doodgingen. Ooit wenste ik dat ik een lichamelijk dodelijke ziekte had. Iedereen kon aan me zien dat ik leed. Mensen zouden begrip hebben en vervolgens zou ik sterven. Als toetje stopte ik een stuk bonbonbloc in mijn mond.
De rest van het weekend bracht ik in bed door. Uitgeput. Depressief. Chagrijnig en onaantrekkelijk. ’s Nachts droomde ik over, onlangs verfilmd, De gelukkige huisvrouw. In mijn beleving stonden alle personages bij mij op de gang, terwijl ik bijna in mijn pyjama plaste. Sidderend van angst lag ik in bed, terwijl mijn lief mompelde. ‘Komt wel goed schatje’.
Maandagochtend. Ongedoucht en enigszins opgelapt stap ik op de fiets naar mijn psychiater. Niet dat het nou zo erg met me was gesteld dat ik acuut moest verschijnen. Deze afspraak stond al weken.
‘Geef er maar even aan toe hoor, aan je gevoel je op te willen sluiten’, meende psychiater. ‘Je gaat toch morgen wel weer werken?’
Ik knikte.
‘Doe het maar even. Je bent zo druk geweest de laatste weken’.
Had ik het verdorie toch nog goed gedaan.
« Vorige Column |
Volgende Column » |
Schrijf je in op de RSS feed
Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.



