Het verhaal van Carice
Het Zegel is niet bereikbaar, neem contact op met uw administrator

De STEM(ming) van Carice

Een loopje met mijn moeder

‘Er is hier van alles aan de hand’, zegt mijn vader paniekerig. ‘Ik geef je je moeder wel even’.
‘Ach ja, Carice’. Mijn moeder. De verbloeming klinkt door haar stem. ‘Ik heb mijn enkel gebroken. Ik stapte op een verzakte stoeptegel en ik viel’.
‘Mama toch’, schrik ik. Ik denk aan mijn zus die om de hoek woont. Aan het grote huis dat schoongemaakt moet worden en aan mijn huis dat ruim honderdtwintig kilometer verderop staat.
‘Ach kind, maak je geen zorgen’, zegt mijn moeder terwijl ik mijn gedachten niet eens uitsprak. ‘Volgende week krijg ik waarschijnlijk loopgips. Dan kan ik alles weer’.

Omdat ik al hyper was, zo gaat dat in de lente, werd ik nog wat onrustiger. Mijn moeder in een rolstoel, mijn vader ietwat onhandig in de huishouding. Mijn zus woont weliswaar op een steenworp afstand, maar om haar, of andere familieleden, nu met extra klusjes op te zadelen omdat ze toevallig in de buurt wonen.. dat voelde niet helemaal eerlijk. Ik analyseerde mijn niet helpende gedachten en besloot. Ik zou het weekend naar mijn ouders gaan om ze te helpen.

‘Fijn!’, roept mijn moeder. ‘Wil je dan de toiletten doen, stofzuigen en afstoffen?’.
‘Natuurlijk’, zeg ik dankbaar dat ik ook eens iets mag doen.

Die ochtend kletsen we. Mijn moeder en ik. Af en toe komt mijn vader erbij zitten. Mijn moeder vliegt niet elke seconde op om koffie in te schenken of koeken te pakken. Ze loopt nog iets teveel rond voor mijn gevoel, maar dan zegt ze verontwaardigd: ‘Dit is lóópgips’.

Mijn moeder vertelt over de 1-aprilgrap die mijn broertje en zwager met haar hadden uitgehaald.
‘Ik werd ineens gebeld door het ziekenhuis’, zegt ze. Ze roert met een lepeltje in haar koffie. ‘Ze vroegen me of ik net loopgips had gekregen en toen zei ik natuurlijk dat dat klopte. Ik was er zo blij mee dat ik uit die rotrolstoel mocht. Het was verschrikkelijk’.
Ik kijk naar de rolstoel die in de woonkamer staat. Mijn moeder is inderdaad veel te jong voor zo’n oubollig gevaarte.
‘Maar toen zeiden ze dat er een fout was gemaakt in het ziekenhuis. Het loopgips moest eraf. Ik moest voor drie weken in een rolstoel’.
Ik zeg: ‘Dat meen je niet’, en verbied mezelf te lachen. Ik herken meteen de humorstijl van mijn jongste broer. Zowel lomp al vilein.
‘Later kwamen broertje en zwager hier’, gaat mijn moeder door. ‘Ze zagen dat ik gehuild had. En toen riepen ze: ‘1 april!’.’
Ik grinnik. Ik ben gek op dit soort grappen.
‘Laat ze maar’, zeg ik terwijl ik mijn stoel naar achteren schuif. ‘Ze nemen een loopje met je’.
Ik sta op om een emmer met sop te pakken. Mijn moeder veert even op en bedenkt zich.

« Vorige Column  |   Volgende Column »  | RSS feed Schrijf je in op de RSS feed

Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.