De STEM(ming) van Carice
Fokkop.
‘Zullen we een vervolgafspraak maken?’, vraagt de psycholoog. Ik knik en pak automatisch mijn agenda.
‘En dan kunnen we het wel af gaan ronden, denk ik’.
Ik schrik.
‘Afronden?’, vraag ik klein.
‘Ja hoor’, bevestigt ze. ‘Het gaat hartstikke goed. Je past de technieken van cognitieve gedragstherapie goed toe. Je kunt het prima zelf’.
‘Niet’, zeg ik in een impuls. En dan: ‘Ik vind het wel spannend. Wat nou als het helemaal niet goed gaat? Als ik alles vergeet? Dat mijn gedachten weer doordraaien en ik in een manie of depressie beland?’
Het is even stil in de spreekkamer.
Dan besluit ik:
‘Ik vind het eng om het zelf te doen’.
Therapieverslaving. De bladen staan er vol mee. Mensen die levenslang aan zichzelf sleutelen. Elke stap, iedere gedachte. Alles wordt uitgebreid geanalyseerd. Mensen die overal hun gevoel bij benoemen.
‘Ik merk bij mezelf dat ik het jammer vind dat je ervoor kiest met andere vrienden af te spreken dan met mij. Daar word ik verdrietig van’.
Laatst hoorde ik een pubermeisje tegen haar vriendinnetje zeggen: ‘Freak, als je liever met die bitch bent.. Fokkop’.
Haar vriendinnetje begreep deze feedback feilloos en handelde adequaat.
‘Dushi, je weet.. jij bent chill… Capish?’
Liefdevol stak ze haar arm door die van haar vriendinnetje.
Eigenlijk is dat hele therapiecircus om treurig van te worden. Het analyseren van gevoel, feedback geven en ontvangen. Genieten van elk moment. Leven in het nu. Ik wil niet blij zijn in het nu. Ik wil in het straks leven. Het moment waarop mijn werk is gedaan en ik een uitzending mag gaan kijken die ik zelf leuk vind. Een vermakelijke serie zoals ‘ik vertrek’ of ‘x-factor’. Ik geniet niet als ik naar mijn werk fiets. Ik denk dan aan de lastige klussen die op me wachten en hoe ik vandaag weer eens conflictvermijdend aan de slag kan gaan. Want mijn collega is een zeikerd en dat zegt niets over mij.
En toch vertelde ik het vanochtend trots aan mijn moeder.
‘Ik mag binnenkort stoppen met cognitieve gedragstherapie. De psycholoog vind dat ik het heel goed zelf kan’.
‘Nee toch’, schrok mijn moeder. ‘Kun je dan wel terecht als het minder gaat?’
‘Natuurlijk’, vergoelijkte ik. ‘Maar ik kan nu al het geleerde zelf in praktijk brengen. We bouwen het rustig af en als er ooit iets aan de hand is kan ik echt wel weer terecht’.
‘Dat is fijn’, zei mijn moeder opgelucht.
Ik had mezelf en mijn moeder gerust gesteld.
Ik merk toch nog steeds dat ik onzeker word op het moment dat de einddatum in zicht komt. Dat komt omdat niet-helpende gedachten in de weg zitten. ‘Ik kan het niet alleen’ en: ‘Ik word vast meteen manisch als ik stop met de gesprekken’. Laten we die gedachten nu eens uitdagen.
Fokkop.
« Vorige Column |
Volgende Column » |
Schrijf je in op de RSS feed
Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.



