Het verhaal van Carice
Het Zegel is niet bereikbaar, neem contact op met uw administrator

De STEM(ming) van Carice

Iedereen moet ervoor werken, jongen

Ik was vijftien. Zij bijna achttien. Zij was zo’n meisje dat altijd sigaretten bij zich had en niet rookte. Als ik haar er naar vroeg, lachte ze. ´Ach ja, gewoon. Laat me toch´. Ze ging dan snel bij de stoerste meiden van de klas staan. Met zo´n kind van vijftien praat je niet. Zeker niet met zo´n provinciaalse met een uitgegroeid permanentje.

Twintig jaar later is zij nog lang geen veertig. En zeker niet als je haar vergelijkt met die Miss Etam meiden die bij een bank werken. Ze lacht altijd als ze dat zegt. Dan stralen haar witte tanden en ze controleert geregeld of haar blush nog mooi is en haar wimpers nog stralend blauw. Ze is half-Italiaans. Trots en bloedmooi. Ze trouwde met haar knappe jeugdliefde van toen. Ze bouwden een groot huis, kochten mooie auto´s en maakten verre reizen. Ze is niet mijn beste vriendin. Soms verwaterde ons contact zelfs naar een rampzalig dieptepunt. Maar op de dag dat Koosje werd geboren, stuurde ze me een grote bos bloemen. En dat terwijl ik haar niet eens had uitgenodigd. Niet omdat ik haar haatte. Maar gewoon. We hadden geen contact.

‘Laten we eens een weekend weggaan Car’, zei ze. ‘Gewoon met z’n tweetjes’. Ze regelde een hotel. Geen Bed and Breakfast zoals ik het gewend ben. Ze is dan bang dat je met vijftien mensen op een kamer slaapt en dat er geen schoon sanitair is waar ze zich kan opmaken. Als we met de trein reizen zegt ze ‘iew!’ als ze in de tweede klas zit. Met afschuw kijkt ze naar de smoezelige banken waar ik gewoon mijn tas op gooi. Ik grinnik. Ondanks haar dramatiek is ze zo anders dan ik. Ze eet haar broodje nooit helemaal op en ze laat altijd wat thee in haar kopje. Dat doet ze omdat het sjiek is. Zelfs een borrelglaasje drinkt ze nooit helemaal leeg. En dan spreekt een dakloze ons aan.
‘Heb je geld voor mij en mijn vriendin om te overnachten?’, vraagt hij.
‘Nee sorry’, zeg ik. Ik kan niet iedereen geld geven.
‘Iedereen moet er voor werken, jongen’, roept zij hem na.

‘Oordeel niet zo snel joh’, zeg ik.
‘Iedereen kan toch gewoon werken?’, meent ze.
We belanden in een discussie die van links naar rechts en weer terug gaat. We zijn weer op de middelbare school. Het verschil is dat we nu naar elkaar luisteren. Ze haalt haar gemanicuurde hand door haar donkere krullen als we naar het hotel lopen. Ik vertel haar dat zij het wel goed heeft, maar dat niet iedereen gezond is, intelligent of rijk. Sommige mensen zijn psychiatrisch en drinken zichzelf de afgrond in.
They tried to make me go to rehab but I said 'no, no, no' . En of ze een beetje begrijpt waar ik heen wil.
‘Weet je dat mijn broertje en ik vroeger altijd heel erg gepest werden omdat we buitenlands waren?’, zegt ze ineens.

Ik heb kippenvel op mijn armen als we de grote draaideur van het hotel binnenlopen.

« Vorige Column  |   Volgende Column »  | RSS feed Schrijf je in op de RSS feed

Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.