De STEM(ming) van Carice
In godsnaam niet kleien
Voor het eerst in bijna vier jaar stapte ik een kliniek binnen. Mijn gympen gleden onwennig over het groene marmoleum terwijl ik achter haar aan liep. Haar schouders voorover gebogen en haar lange haar slordig opgestoken.
In een grote ruimte speelde een mager meisje op de Wii. Andere mensen keken me nieuwsgierig aan. Of ik een vriendin was van Masja. Vriendin is een groot woord. Toch knikte ik. Soort van, dacht ik. Als je al vier jaar met iemand omgaat en op bezoek komt in een psychiatrische kliniek, mag je jezelf een soort van vriendin noemen.
Ze schonk koffie in een theekopje. De koffie had een lichtbruine kleur en voelde lauw. Toch zei ik ‘lekker, dank je’. Zij wist niet of ie lekker was en hoe lang de koffie er al stond. Ik gokte op anderhalve dag toen ik een slok had genomen. We wilden aan een tafel gaan zitten aan het andere deel van de grote woonkamer. Masja wenkte me naar het grote raam.
‘Hieronder gaan ze wel eens luchten, die lui van gesloten. Dan kun je nog wel eens lachen’.
Ik voelde me een buitenstaander.
‘Waar lach je dan precies om?’, vroeg ik terwijl ik naar twee mannen keek die aan een witte plastic tafel zaten.
‘O, dan lopen ze de hele tijd rondjes’.
Aan de lange tafel zaten we in het schemerdonker. Ik dronk mijn lauwe koffie en nam na elke slok een beetje water uit mijn eigen flesje.
‘De verpleging is hier niet zo goed als toen bij ons’, vertelde ze.
‘Waarom niet?’, vroeg ik geschrokken.
‘Zo’n mentor, zo noemen ze dat hier, vroeg of dit een soort vakantie voor mij was. Ze vond waarschijnlijk dat er niet zoveel aan de hand was of zo’.
Ik was verontwaardigd, maar hield me in. Alsof je voor je lol in zo’n hol met een aantal gekken gaat zitten kleien.
‘Ik heb nog iets voor je’, zei ze toen. Ze liep naar haar kamer. De sleutelbos rinkelde in haar hand. Toen ze terug kwam gaf ze me een roze kralenarmbandje.
‘Gemaakt voor jou. Met creatief’.
Toen we afscheid namen en de grote deur achter me in het slot viel, voelde ik de angst en onzekerheid uit mijn eigen opname als een misselijk gevoel omhoog komen. Masja dacht dat ze haar leven goed op orde had met haar baan, haar eigen huis en haar vriendje. Een opname zou haar echt niet weer overkomen.
De belletjes van het armbandje drukten in mijn pols. Sieraden maken leek me eigenlijk best leuk. Het was nog lang niet zo gek wat die mentor van Masja had gezegd. En ik wist weer een mooie aanvulling op mijn noodplan. Word ik ooit opgenomen, laat me dan in godsnaam niet kleien.
« Vorige Column |
Volgende Column » |
Schrijf je in op de RSS feed
Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.



