De STEM(ming) van Carice
Kinderziekte
'Eigenlijk zijn wij net kinderen', zegt een lotgenoot die ik inmiddels ook 'vriendin' noem.
'We lachen en huilen wanneer we het willen. We hebben geen rem'.
Ik laat het even bezinken. Eigenlijk zijn we net kinderen. Bipolariteit is gewoon een ziekte van een kind dat nooit volwassen kon worden.
Het kind in mij was de afgelopen weken volop aanwezig. Het kind was verdrietig en huilde dikke tranen als haar iets niet lukte. Het kind was moe. Had geen zin om te spelen of haar werk te doen. Het kind kon niet lang in vergadering zitten omdat het dan zo was afgeleid. Haar concentratiespanne was net zo kort als haar lontje en nu was het lontje toch echt bijna opgebrand. Als een kaarsje dat bijna op is en heel zachtjes, bijna vechtend, nog een piepklein vlammetje laat zien. Een klein zuchtje wind en het kaarsje zou uit zijn. In het dagelijks leven was het zuchtje wind de piepende droogtrommel, sleutels die zich spontaan verstopten of een haar op het laminaat terwijl ze net heeft gestofzuigd.
Ik was dat vechtende vlammetje. Ik huilde meteen. Dikke tranen. Alles zat tegen en iedereen moest ook altijd mij hebben. Als mijn lief mij troostte met een wandelingetje naar de ijssalon, ging het wel weer. Voor even. Het ijsje was op en de computer liep vast. Van woede sloeg ik keihard op het toetsenbord.
'Je hebt dat hele ding ontwricht', zei mijn lief boos terwijl ik huilde. De spijt van het bizarre gedrag, het vergeten van de impulscontrole en de cognitieve gedragstherapie kroop als een dikke, grijnzende spin omhoog'.
'Hij liep vast. Dat was hartstikke irritant', legde ik mijn gedrag uit.
Een poging om de laptop opnieuw op te starten, mislukte. Tot mijn grote schrik bleef het scherm zwart. Een gapend, leeg gat staarde me aan. Ik verwachtte dikke letters: 'Eigen Schuld! Dikke Bult!', als screensaver. Zelfs dat kwam niet. Het bleef stil. Maar niet in mij.
Over mijn toeren huilde ik. Als een overstuur kind rende ik naar boven. Niet wetende waar ik het zoeken moest. Mijn foto's, mijn manuscript, mijn columns en mijn favorieten. Alles was weg. Weggeslagen door het kind met de ziekte. De kinderziekte.
Ik huilde tot ik spijt had. Toen wist ik dat ik iets moest doen. Sorry zeggen, relativeren en een goede vriend opbellen waarvan ik wist dat hij iets met harde schijven kon.
'Je hebt zeker geen backup gemaakt he?', zei hij als eerst.
Ik schreeuwde en huilde niet meer.
'Nee', zei ik. 'Stom he'.
Nu troostte ik mezelf met de gedachte dat het mijn computer maar was. Mijn woorden zitten niet op de harde schijf van mijn laptop.
Zonder problemen schrijf ik verder op de laptop van mijn lief, waar ik niet op mag slaan. Ik stel mezelf gerust. Mijn verhalen zitten in mijn hoofd.
Net als de kinderziekte.
« Vorige Column |
Volgende Column » |
Schrijf je in op de RSS feed
Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.



