De STEM(ming) van Carice
Lichtpuntjes
Mijn vriendin heeft het even niet zo makkelijk. Het gaat haar niet voor de wind, om maar even het understatement of the year te gebruiken. Ze zit in de situatie waar de honden geen brood van lusten. Ze zouden er even aan snuffelen en er vervolgens hun natte neus voor ophalen. Mijn vriendin krijgt dat hele brood, van kap tot kap, op haar bordje. Om over de zure appel nog maar te zwijgen. Maar mijn vriendin slikt en draait continu aan een knop die nog om moet. Haar power-button doet het even niet meer en ik probeer die knop te repareren.
Omdat ik mijn vriendin lief heb, besluit ik er te zijn. Ik ben dag en nacht bereikbaar en probeer haar met goedbedoelde adviezen te woord te staan. Ik bedenk ad-hoc oplossingen voor rotsituaties. Ik stuur mijn geliefde op haar af als ik zelf puur praktisch niet in staat ben naar haar toe te gaan. Ik veeg een zaterdag leeg om met haar te shoppen. We hebben lichtpuntjes nodig. Het leven doet ons pijn en we proberen elkaar met pleisters te beplakken.
Zo stap ik de bewuste zaterdagochtend in de trein. Op weg naar een vreemde stad waar ik nu alleen mijn vriendin ken. In de trein stromen de tranen over mijn wangen. Ik veeg ze weg en negeer de blikken van medepassagiers. Mijn muts over mijn ogen. Een sjaal tegen mijn gezicht. Mijn iPhone als bliksemafleider. Om mezelf bezig te houden, sms ik met mijn zus. Ze moet me helpen de dag door te komen. Mijn vriendin heeft het veel zwaarder dan ik. Mijn probleempjes smelten als chocoladeletters in de brandende zon vergeleken bij de pijn die zij ervaart. Werktuigelijk geef ik mijn OV-chipkaart aan de controleur. De man knikt. Ik heb vanochtend keurig ingecheckt. Het is goed zo. Hij moest eens weten. Niets is goed. De wereld is slecht en ik voel de ellende op mijn schouders branden.
Ik stap de trein uit. Spreek mezelf toe. Verman jezelf Carice. Schouders recht. Tranen uit je ogen. Stift je lippen bij en veeg je uitgelopen mascara weg. Ik loop naar de centrumkant van het station. Daar staat ze. Ze houdt een geleende fiets vast. Haar lange bruine haar wappert vrolijk in de wind. Ze zwaait en lacht. Ik duw mijn tranen weg en hoor de stem van mijn moeder in mijn hoofd. ‘Nu even flink zijn’.
Ik ben flink en lach terug. ‘Hoi!’, zeg ik. ‘Fijn je te zien!’
Ik pak haar vast. We huilen niet, zetten de geleende fiets in de stalling en lopen naar de stad. Een vrolijke sfeer van kerstlichtjes en lichtpuntjes overweldigt ons. We laten het decembergeweld over ons heen komen en maken er het beste van.
In de stad realiseer ik het pas. Ik ben vergeten uit te checken.
« Vorige Column |
Volgende Column » |
Schrijf je in op de RSS feed
Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.



