De STEM(ming) van Carice
Naast de psycholoog
Eigenlijk vroeg ik het me elke keer weer af. Waarom mijn psycholoog altijd voor me uit loopt in plaats van naast me. Ik zie dit gedrag ook bij mijn psychiater. En mijn huisarts heeft er ook een handje van. Als een afhankelijk schaapje loop ik in zo’n situatie achter mijn hulpverlener aan. Op weg naar de spreekkamer.
Gelukkig was ik vanochtend goed geluimd. Bij aankomst in de wachtkamer wachtte me namelijk een aangename verrassing. In plaats van de betrouwbare, sympathieke secretaresse van middelbare leeftijd, zat er heel iemand anders achter de balie. Een nogal knap mannelijk iemand. Al tijden meldde ik me niet meer bij de receptie. Dat had toch geen zin, omdat mijn psycholoog me altijd op de afgesproken tijd komt halen. Vandaag vond ik het toch even belangrijk om mezelf te laten zien.
‘Goedemorgen’, zei ik. Ik zette mijn tasje op de balie en knikte naar de knappe man.
Hij knikte terug. Zijn donkere krullen deden vrolijk mee.
‘Mijn naam is Carice de Wildt’, zei ik om tijd te rekken. ‘Ik heb een afspraak. Om tien uur. Ik ben dus vijf minuten te vroeg’.
De knapperd knikte nog een keer. ‘Met wie heeft u een afspraak?’
In tegenstelling tot het jongetje van de MacDonalds-reclame, was ik teleurgesteld dat hij u tegen me zei. Zag ik er zo oud uit? Ik zou deze niet-helpende gedachte ook kunnen omturnen, zoals ik dat met cognitieve gedragstherapie heb geleerd. Hij vond me een vrouw waar je U tegen zegt.
‘Bij mevrouw Psycholoog’, zei ik. Ik wachtte geduldig totdat hij inderdaad in de agenda had gezien dat ik het was. Ik bedankte en ging netjes op een stoel zitten. Normaal gesproken hang ik rond, kijk ik of de Koosje-deurhangers nog in de wachtkamer hangen en ik twitter. Nu keek ik heel rustig voor me uit.
Naar de knapperd. Omdat ik verwachtte dat hij dit werk naast zijn studie deed, genoot ik nu volop van het uitzicht. Nu kon het immers nog.
Mevrouw Psycholoog kwam inderdaad op de afgesproken tijd naar me toe. Omdat ik wist dat het einde in zicht kwam met onze gesprekken, deed ik een experiment. Ik begon tegen haar te praten terwijl we naar de spreekkamer liepen.
‘Hoe was het op de landelijke dag van de psychiatrie?’, vroeg ik.
‘O’, zei ze verrast. Ze liep minder snel, zodat ik voor het eerst naast haar liep.
‘Het was erg interessant. Heel leuk. Het programma was vol, maar we hebben de video van jou laten zien en ook over jouw boek verteld’.
‘Mooi zo’, zei ik tevreden.
Mevrouw Psycholoog vindt dat ik het allemaal heel goed doe. Ik pas de technieken toe in de praktijk. Probeer mijn gedachten om te draaien en ze denkt nu dat ze mij niet meer zoveel kan leren.
Ik sprak de angst uit van het loslaten. Wat nou als het ineens heel slecht gaat? Of als ik mijn baan kwijt raak, ontremd ben en uiteindelijk dakloos?
‘Ik verwacht niet dat dat zo snel gebeurt’, glimlachte ze. Toch maakten we een vervolgafspraak. Als ik het echt graag wilde, mocht ik daarna nog een keer komen. Maar eigenlijk kon ik het vanaf nu wel zelf.
Toen ze me uitliet, verzon ik een smoes om nog langs de receptie te moeten. Ik gooide mijn koffiebekertje weg in een prullenbak die het dichtst bij de knapperd stond.
Ik riep: ‘Een fijne dag!’, terwijl ik verder zo normaal mogelijk deed.
Op de trap realiseerde ik me dat dit de eerste keer was dat ik naast mijn psycholoog gelopen had en dat dit meteen het begin van het afscheid betekende.
« Vorige Column |
Volgende Column » |
Schrijf je in op de RSS feed
Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.



