De STEM(ming) van Carice
Standaardafwijking
Met veel bravoure vertel ik op woensdagochtend op de afdeling van mijn werk over mijn laatst gelezen boek. Of hoe waarom van Hanna Bervoets blijkt niet alleen zeer vermakelijk en origineel, maar de schrijfster verwerkt er ook bipolariteit in. Daar heb ik als gediagnosticeerde natuurlijk een meer dan ongezonde interesse voor. Ondanks dat de stoornis maar een klein deel van haar verhaallijn beslaat, beschrijft zij de ziekte op zo’n subtiele manier dat je als lezer merkt dat zij zich erin heeft verdiept.
‘Vind jij een boek ook wel eens gewoon.. wel aardig?’, vraagt mijn analytische collega kritisch. ‘Ik hoor jou vaak ofwel lovend over een boek, of je vindt het monsterlijk. Klopt dat?’
Ik kan op dit moment niet veel anders dan hem gelijk geven. Maar dat zit dan natuurlijk ook wel in mijn bipolaire aard. Een boek is steengoed, of waardeloos. Het verhaal grijpt je bij je lurven of het doet je niets. En boeken die mij niets zeggen, vind ik monsterlijk slecht.
‘Hoe ben jij hier ooit terecht gekomen’, zegt mijn manager wel eens hoofdschuddend. Als onderzoeker zou ik analytisch moeten zijn. Gedegen. Iedere stap die ik neem weloverwogen. Ik ben echter impulsief, extravert en ongenuanceerd. Maar op een onderzoeksafdeling zijn deze eigenschappen af en toe de uitgelezen plek om ze groots te etaleren. Anders zouden alle rapportages en publicaties in onze stoffige bureauladen blijven liggen. Met onze schrandere en scherpzinnige blik op de wereld, zouden we verzanden in extreme intelligentie. Niets zou goed genoeg zijn om te publiceren. Na drie jaar zouden we allemaal worden ontslagen omdat het management zich afvroeg wat die onderzoeksafdeling eigenlijk toevoegt aan het organisatiebelang. Ze zouden immers nooit zien wat we allemaal hadden onderzocht en uitgevonden.
Het is toch maar goed dat ik er ben.
Over boeken kan ik dus ook niet anders dan ongenuanceerd en keihard oordelen. Dat geldt niet voor de schrijvers die achter de letters schuilen. Heleen van Royen’s debuut vond ik briljant. Op een genaakbare manier en met onverbloemd taalgebruik zette zij de bipolaire stoornis in een bijzonder daglicht.
Natuurlijk vind ik dat ze daarna alleen nog maar bagger heeft opgeleverd. Maar… ik heb haar nieuwste boek net wel weer aangeschaft. Ik blijf geloven in haar imposante schrijfkunst en ergens is het natuurlijk ook wel heel stoer wat ze doet. Schrijven in Portugal. Misschien ben ik ergens wel jaloers op deze diva. Naijverig is misschien een beter woord. Zij geeft mij een prikkel om mezelf nog meer in te spannen. Om beter te worden in dat wat ik zo graag doe.
Schrijven.
Over een tijdje laat ik mijn eerste manuscript los in de boze boekenwereld. Daarna word ik genadeloos afgeslacht, of de hemel in geprezen. Voor mij geen grijze middenmuis. In onderzoekstermen zou ik zeggen dat ik niet in de standaardnormale verdeling van de Gausscurve terecht kom. Ik ben meer een typetje voor de standaardafwijking.
Stiekem zou ik het waanzinnig wreed vinden dat mijn boek zou verdwijnen in een kleurloze massa. Iemand kan mij niet meer kwetsen dan door te zeggen:
‘Je schrijft wel leuk’.
Au.
Het is briljant of bagger. Standaardafwijkend. En anders heb ik het niet goed gedaan.
« Vorige Column |
Volgende Column » |
Schrijf je in op de RSS feed
Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.


