De STEM(ming) van Carice
Stemmingen in hokjes
‘Afgelopen keer met de verkiezingen werd ik weer emotioneel in het stemhokje’, zegt een vriendin. Haar vriend neemt net een hap tomatensalsa en kijkt haar aan met mengeling van schrik en vermaak.
‘Och’, zeg ik. ‘Echt waar?’
Ze knikt en steekt met een vork in de rucola. ‘Ik stond in dat hokje en dacht… Ik heb het weer!’
Ze zwaait met haar handen langs haar gezicht alsof ze denkbeeldige tranen wil wegwuiven.
‘Dat is toch mooi’, zeg ik jaloers.
Ik herinner mezelf op de stemdag. Nog snel even voor het werk dat ding invullen. Gehaast en geïrriteerd omdat ik het stemlokaal niet meteen kon vinden. De eeuwige twijfel. Fiets met het grote slot, of kan het wel even op het kleine slotje. Stemmen en huppakee. Op naar kantoor. Ik zou ook best met een traan in mijn ooghoek het rode potlood ter hand willen nemen. De volgende keer wil ik me bewust zijn van mijn stemming in het stemhokje.
‘Het is zo fijn dat we mogen stemmen’, zegt vriendin. Mijn andere vriendinnen knikken. Mijn lief verkneukelt zich. Lekker eten en praten over politiek. Een groot genot.
‘Jarenlang hebben vrouwen gestreden voor ons’, zegt de vriendin die emotioneel werd in het stemhokje. Ze schudt met haar donkere krullen. De strijdlust in haar ogen. Tot aan het begin van de twintigste eeuw mochten alleen mannen stemmen. De politieke arena zou schadelijk zijn voor het vrouwelijke gestel.
‘Ik heb een hekel aan mensen die niet stemmen’, zegt een andere vriendin.
‘Ik ook’, geef ik toe. ‘Niet stemmen en daarna wel zeuren’. Nee hoor.
Ik hoef dus niet meer te strijden voor het vrouwenkiesrecht. Ik word wel wat treurig van de opkomstcijfers, maar dat is ook al eens slechter geweest. Maar het is een tragisch gegeven dat de Provinciale Statenverkiezingen hun handen waarschijnlijk zouden dichtknijpen als er zoveel gestemd werd als bij een willekeurige talentenjacht per sms.
Gelukkig zijn er nog genoeg andere zaken waar ik over kan strijden. Ik maak me hard voor vaag taalgebruik, jassen die over banken en stoelen hangen in plaats van op de kapstok, mensen die boeken van mij willen lenen en de vooroordelen in de psychiatrie. Aannames als: ‘Van medicijnen word je minder creatief, met een bipolaire stoornis kun je niet werken en je kunt wel therapieën maar dat helpt ook allemaal niks’… De komende decennia heb ik daar waarschijnlijk mijn handen aan vol.
Wie weet zit er over dertig jaar een willekeurige vriendin tijdens een etentje te vertellen dat ze altijd zo emotioneel wordt als ze naar de apotheek gaat en haar recept inlevert. Dat het zo fijn is dat ze er zijn, die pillen. En dat daar dan niemand meer gek over doet.
« Vorige Column |
Volgende Column » |
Schrijf je in op de RSS feed
Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.



