De STEM(ming) van Carice
Vakantie voor mantelzorgers
Mijn mantelzorger ging op vakantie. Hij pakte mijn grote rugzak in omdat hij zijn eigen koffer had uitgeleend en nooit meer had teruggekregen. Zo zijn mantelzorgers. Altijd met een ander bezig. Continu bezorgd of het met een ander wel goed gaat. Hij spaart het laatste hapje eten uit zijn mond om het een ander te geven. Hij zegt dat hij geen trek meer heeft terwijl zijn maag rommelt.
Mijn mantelzorger had vakantie nodig. Hij zat er compleet doorheen.
In werkelijkheid is het zo dat mijn lief jaarlijks met zijn vader en broers op pad gaat voor een echte mannenvakantie. Ze fietsen door de bergen van Frankrijk alsof ze nooit anders doen. Ze hebben diepzinnige gesprekken over het leven.
'Wat zullen we vanavond eens eten?'
'Maakt mij niet uit, als het maar veul is'.
En dan mag u raden wie er alleen achterbleef.
Voordat mijn lief vertrok, zag ik er als de bergen van Frankrijk tegenop. Het alleen zijn. Het 's nachts wakker worden terwijl ik bang was in het donker en niet naar het toilet durfde. Misschien kreeg ik de terrasdeuren niet meer open of dicht, ging de auto kapot of hield zijn laptop er ook opeens mee op. Ik zou doordraaien. En wat moest ik eigenlijk eten de hele week? Dacht er ooit iemand ook even aan mij? Mijn vriendin bood aan elke avond te bellen, omdat ik me bang voelde en depressief.
'Dat hoeft niet', sms'te ik.
Toen ik alleen thuiskwam, verwachte ik een huilbui. Een lange, hysterische paniekaanval. In plaats daarvan zette ik thee, at chocolaatjes en keek naar een programma over 'Tap maddels'. Ik nam mijn medicatie en ging op tijd naar bed. In de dagen die volgden, at ik kliekjes uit de vriezer die ik zelfstandig opwarmde in de magnetron. Ik ging naar de pedicure, de schoonheidsspecialist en de masseur. Ik besloot de trap te schilderen en sliep een nachtje in de keuken om de verf te laten drogen. De volgende dag was ik trots op het resultaat. Ik belde niemand en nam de telefoon alleen op als ik dacht dat ik het aankon, zo'n telefoongesprek. Mijn lief belde na een paar dagen. Het ging goed met hem.
Op de laatste dag maakte ik het huis schoon. Ik startte de laptop van mijn mantelzorger op om nog even te kunnen werken.
'Zoemmmm...', deed de laptop.
Er verschenen rare tekens op de laptop van mijn mantelzorger.
Ik startte de laptop opnieuw op in veilige modus, zette alle bestanden van mijn mantelzorger en mij op een USB-stick en schakelde mijn persoonlijke helpdesk alvast per sms in. Daarna startte ik de laptop opnieuw.
'Zoemmm,,,,', deed de laptop opnieuw. Ik mocht niet inloggen van de laptop. Hij was hartstikke vastgelopen.
Ik sloeg niet op de laptop, ik gooide nergens mee en huilde niet. In mijn hoofd bereidde ik rustig het gesprek met mijn mantelzorger voor.
'Goh, schatje. Luister eens. Dat was raar joh! Jouw laptop is ook ineens gecrasht'.
Of zeggen:
'Lieverd, ik wil even met je praten'.
Waarschijnlijk dacht hij dan dat ik bij hem wegging en viel het best mee, zo'n oude laptop die niet meer start. Bovendien had ik alle bestanden nog.
« Vorige Column |
Volgende Column » |
Schrijf je in op de RSS feed
Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.




