De STEM(ming) van Carice
Verbonden door de dood
Drie vrouwen staan aan het graf van de man die ze alle drie lief hadden. Op een andere manier of moment. De vrouw die hij lief had op het moment van overlijden, zijn ex-vriendin en ik. Ik was dol op hem, ik kon enorm met hem lachen, heel af en toe vond ik hem irritant en ik was trots als hij mijn boek mooi vond. Hij was een schrijver, psychiatrisch verpleegkundige en beoordeelde manuscripten. Hij las ook mijn manuscript.
‘Wat zou hij ervan vinden dat we hier nu samen staan?’, vraagt zijn ex. ‘We kenden elkaar voor zijn dood helemaal niet’.
‘Volgens mij zou hij het grappig vinden’, zegt zijn geliefde.
‘Dat denk ik ook’, meen ik. ‘Verbonden door de dood’.
We zien het langzaam van licht naar donker worden op het kerkhof. Nooit gedacht dat ik dit niet eng zou vinden, maar met deze vrouwen en bij het graf van Gerard voelt het op de een of andere obscure manier nog vertrouwd ook. Hij ging veel te vroeg en keihard onverwacht dood.
‘Zullen zijn patiënten hem missen?’, zegt zijn ex.
‘Dat weet ik wel zeker’, zeg ik.
‘Zijn collega’s missen hem in elk geval wel’.
‘Een jaar alweer’.
‘Wat is nou een jaar’.
‘Weet je nog dat op de crematie iemand die de dienst leidde ons allemaal naar buiten bonjourde omdat het tijd was?’, zegt zijn ex.
‘Dat heb ik helemaal niet meegekregen’, zegt zijn geliefde.
‘Ik heb nog een klacht ingediend’, zeg ik. ‘Of we het allemaal even kort wilden houden, de volgende familie stond alweer te dringen’.
‘Gerard zou zich kapot gelachen hebben’, zegt zijn ex.
Zijn geliefde schiet in de lach terwijl ze naar de steen kijkt waar zijn naam op staat.
Ik wacht op een klein wonder. Een vlinder die ineens op zijn steen gaat zitten, een bundel licht vanuit het Omniversum. Een koude windvlaag die langs ons heen trekt. Het begint te waaien, maar goed. Het waaide de al de hele dag.
‘Zullen we maar een borrel drinken?’, zegt zijn ex.
‘Goed idee’, zegt zijn geliefde.
Ik wandel mee. Gerard wist dat ik niet drink. Misschien is het een teken dat ik mijn oude gewoonte weer op moet pakken. Dan bedenk ik dat ik Gerard helemaal geen gedag heb gezegd.
‘Wacht even’, roep ik over het kerkhof. ‘Ik zeg even Gerard gedag. Doen jullie dat niet?’
‘In gedachten’, zegt zijn geliefde.
‘Doei Gerard’, zeg ik tegen de steen.
Op de terugweg praten zijn ex, zijn geliefde en ik alsof we elkaar al kennen vanaf de kleuterschool. Het leven van Gerard wordt tot in detail uitgespit en we liggen dubbel bij herkenning. Blijkbaar vond Gerard het heel normaal om zijn dates kant-en-klaarmaaltijden te serveren. Ik kan me voorstellen dat Gerard verliefd op deze vrouwen was. Ik voelde het aan de warmte en gezelligheid die om deze middag hing.
Natuurlijk ben ik Gerard dankbaar dat ik deze vrouwen via hem heb leren kennen. Maar als ik moest kiezen, kende ik ze liever niet.
« Vorige Column |
Volgende Column » |
Schrijf je in op de RSS feed
Wanneer je je abonneert op de RSS feed van tegek.nl / de column van Carice ontvang je automatisch de nieuwste column wanneer deze op de site is verschenen.



