Waar je meer over wilt weten - bipolaire stoornis en creativiteit

Ik wil mijn creativiteit niet kwijt

Laatst kwam een patiënte bij mij en vertelde dat ze erg blij was dat haar stemmingsschommelingen zo goed als verdwenen waren. Zij vond het heerlijk dat de depressieve periodes, die ze eerder vaak heeft gehad, waren verdwenen. Wel had ze periodes, waarin ze zich wat down voelde, maar ze had gelukkig nooit meer last van de hopeloze depressies. Eerder lag ze weken op bed, zich afvragend of het leven nog wel zin had en piekerend of het ooit nog goed zou komen. Dit gebeurde nu gelukkig niet meer. Jammer genoeg merkte ze wel dat ze minder creatief was dan voorheen wat ze heel vervelend vond. Vroeger, als ze niet depressief was, vond ze het heerlijk om te schilderen, exposeerde zij geregeld, schreef ze stukken in de plaatselijke krant en had ze zelfs een boek uitgegeven. Ook schitterde ze vaak op het toneel bij de plaatselijke toneelvereniging. Hoewel ze dit nog steeds deed had ze het gevoel dat het allemaal minder gemakkelijk verliep. Ze moest er veel meer moeite voor doen en ze vond vooral, dat de schilderijen lang niet meer zo expressief waren als voorheen. Ook vond ze dat de stukken die ze schreef veel saaier waren en het toneelspel niet meer zo sprankelend. Ook de mensen in haar omgeving was het opgevallen, dat ze minder “spatte”.

Ze gaf aan dat ze wilde blijven “spatten”, maar tegelijk wilde ze haar depressieve periodes natuurlijk niet meer terug. Tja, en dat was nou net het probleem. Zou het mogelijk zijn om dit voor elkaar te krijgen? Geen last meer van de stemmingsschommelingen, maar wel het voordeel van de “hypomane” creativiteit?

Hoe zit dat precies tussen bipolaire stoornis en creativiteit? Daar is inmiddels veel over geschreven en iedereen kent wel een aantal bekende of beroemde mensen, die een bipolaire stoornis hadden. Om er maar een paar te noemen: Robert Schumann en Ludwig van Beethoven (componisten), Silvia Plath (dichter), Vincent van Gogh en Paul Gauguin (schilders), Kurt Cobain, Marilyn Monroe en Leonardo da Vinci.

Enkele weken geleden hebben onderzoekers uit Hongarije gemeld dat een bepaald gen een rol speelt bij de ontwikkeling van creativiteit én psychische stoornissen. Zeer creatieve (gezonde) mensen bleken relatief vaak het gen neuregeline 1 te hebben. Opvallend is dat een variant van dit gen al langer in verband wordt gebracht met schizofrenie en bipolaire stoornissen. Dit Hongaarse onderzoek laat zien dat een bepaalde variant van dit gen niet alleen voorkomt bij mensen die aan een psychische aandoening lijden, maar ook voorkomt bij creatieve (gezonde) mensen. Volgens de onderzoekers helpt dit gen mensen creatiever te denken.

Uit een onderzoek onder mensen die aan een gerenommeerde Amerikaanse universiteit een schrijfworkshop volgden bleek dat onder de ‘schrijvers’ en hun familie vaker een bipolaire stoornis voorkwam. Ook Jamison (professor in de psychiatrie met een bipolaire stoornis ) vond in een onderzoek onder 47 schrijvers/beeldend kunstenaars, dat zo’n 40 % van hen in behandeling was of was geweest voor een stemmingsstoornis. Dit percentage is dus veel hoger dan de 10 % in de algehele bevolking.

Dat er een verband is tussen de bipolaire stoornis en creativiteit is duidelijk. Maar hoe dit verband moet worden verklaard, is nog niet helder. Leidt de bipolaire stoornis tot creativiteit of zijn creatieve mensen kwetsbaarder voor de bipolaire stoornis? Hoewel de bipolaire stoornis vaker voorkomt bij creatieve mensen, zijn er toch ook nog veel creatieve mensen zonder bipolaire stoornis. En andersom zijn er ook veel mensen met een bipolaire stoornis, die niet bovenmatig creatief zijn.

In het algemeen kun je zeggen dat een psychiatrische ziekte de creativiteit niet bevordert, omdat bijvoorbeeld de concentratie, de beheersing (dwz de controle over je handelen) en het doorzettingsvermogen vaak door de ziekte wordt geremd. Een uitzondering vormt de hypomanie. Door hun ontremming blijken hypomane mensen meer klankassociaties, synoniemen en alliteraties (gelijkheid van de beginklank, bv met man en macht) te produceren dan niet-hypomane mensen. Waarschijnlijk komt dit doordat tijdens een hypomanie iemands emotionele en cognitieve toestand zodanig verandert dat er gemakkelijk unieke associaties en creatieve ideeën ontstaan. Zo zag en zie je ook wel dat sommige kunstenaars bij zichzelf enige ontremming uitlokken met behulp van bepaalde drugs.

Het is niet bekend of medicatie creativiteit remt. Dat wil zeggen: er is onvoldoende onderzoek naar gedaan om hier een verantwoorde uitspraak over te doen. Wel melden veel patiënten, dat zij zich door de medicatie creatief afgevlakt voelen. Ook is bekend dat sommige van de medicijnen een negatief effect op het geheugen hebben en informatieverwerking kunnen vertragen.

Na overleg koos mijn patiënte er voor om haar dosering lithium wat te verlagen. Met deze wat lagere maar nog wel voldoende hoge lithiumspiegel hoopte ze dat haar creativiteit weer als vanouds zou worden. Helemaal stoppen met de medicatie wilde ze ook weer niet, omdat ze nou niet echt zat te wachten op de terugkeer van de depressies. Jammer genoeg heeft ze nog niet het gevoel dat de creativiteit ervan af “spat”, maar gelukkig heeft ze ook nog geen hopeloze depressies meer gehad. Ze kan wel weer genieten van het schilderen, schrijven en toneelspelen, ook al “spat” het dan wat minder.