Waar je meer over wilt weten: bipolaire stoornis & zelfmanagement

Elke 2 maanden zal psychiater Anja Stevens een belangrijk onderwerp bespreken in het kader van de bipolaire stoornis. In de linkerkolom staan de eerder verschenen Specials en de meest recente is hieronder te lezen.


 

Hoe houd ik de regie?

Van de week sprak ik een kennis, wiens vrouw een bipolaire stoornis heeft. Hij maakte zich zorgen over zijn vrouw en wist niet goed waar hij met zijn zorgen terecht kon.
Ik begreep van hem dat zijn vrouw alleen contact had met een psychiater en die psychiater vier keer per jaar zag, waarbij het in de gesprekken vooral over het gebruik van medicatie ging. Natuurlijk kon ik het niet nalaten te bespreken hoe wij de behandeling van iemand met een bipolaire stoornis tegenwoordig zien. Hoewel medicatie een belangrijk onderdeel van de behandeling uitmaakt, is het lang niet meer (altijd) zo dat medicatie het belangrijkste onderdeel is. 

Zoals we allemaal weten is de bipolaire stoornis een ernstige chronische ziekte. In de meeste gevallen drukt de ziekte een groot stempel op het leven van de patiënt en zijn naasten. Nog niet zo heel lang geleden was de dokter degene die vertelde wat je als patiënt wel of juist niet moet doen, maar tegenwoordig wordt van patiënten met een chronische ziekte verwacht dat ze zelf actief zijn in het onderhouden en bevorderen van de eigen gezondheidstoestand met behulp van zelfmanagement interventies. Dat klinkt natuurlijk prachtig, maar wat wordt daar nu precies mee bedoeld? Zelfmanagement is het individuele vermogen om te gaan met symptomen, behandeling, lichamelijke en psychosociale consequenties en leefstijlveranderingen, die samenhangen met het leven met een chronisch gezondheidsprobleem. Dat geldt dus niet alleen voor mensen met een bipolaire stoornis, maar ook voor mensen met bijvoorbeeld astma of diabetes. Zelfmanagement speelt een belangrijke rol in het leren leven met een chronische aandoening. Patiënten worden gestimuleerd om meer en meer eigen regie te voeren over hun gezondheid. Dat is goed voor de patiënt en goed voor de behandeling. Bij zelfmanagement draait het om de volgende tien punten:

  • voldoende kennis van de aandoening bij patiënt en familie
  • op tijd signaleren dat het (psychisch) niet goed zit
  • kennis en vaardigheden om met de aandoening om te gaan
  • het vermogen bij patiënten en familie om bij crisissituaties handelend op te treden
  • durf en zelfvertrouwen bij patiënt en familie om medicatie enigszins aan te passen als dat nodig is.
  • Voldoende kennis hebben van het beschikbare zorg- en hulpaanbod
  • Voldoende gemotiveerd zijn om een gezonde, desnoods aangepaste leefstijl in acht te nemen
  • Voldoende zelfvertrouwen bij patiënt en familie dat het leven met een psychische aandoening ertoe doet
  • Voldoende invloed van de patiënt en familie om samen met de behandelaar te beslissen over de meest wenselijke therapie
  • Voldoende financiële middelen, huisvesting en sociaal netwerk hebben om zelfmanagement uit te kunnen voeren.

Eén van de onderdelen in de behandeling van patiënten met een bipolaire stoornis is dan ook ondersteuning bij het aanleren van zelfmanagementtechnieken. Dat is eigenlijk waar het in de behandeling om gaat, het aanleren van zelfmanagement, met andere woorden hoe ga je als patiënt het beste met je ziekte om, op een dusdanige manier dat je er zo min mogelijk last van hebt. Behandelen is dan niet alleen een zaak van de behandelaar, maar ook van de patiënt en zijn familie en voor een effectieve behandeling moet er natuurlijk een goede therapeutische relatie bestaan tussen behandelaar en patiënt, dat wil zeggen, ze moeten kunnen samenwerken en elkaar kunnen vertrouwen.
Op de meeste poliklinieken werken psychiaters en verpleegkundigen nauw samen en is er vaak sprake van een trio in de behandeling, patiënt (en familie), verpleegkundige en psychiater.

De behandeling bestaat uit psycho-educatie (voorlichting over de bipolaire stoornis), het bijhouden van een lifechart, het maken van een signaleringsplan, steunende-structurerende begeleiding en medicamenteuze behandeling. Het bijhouden van een lifechart en het maken van een signaleringsplan dragen bij aan zelfmanagement. Door het bijhouden van de lifechart krijg je meer inzicht in het beloop van de bipolaire stoornis en het signaleringsplan is bedoeld om een manische of depressieve episode te voorkomen en/of bij te sturen. In dit plan worden de omstandigheden en signalen beschreven, die aan een eerdere episode vooraf zijn gegaan. Ook wordt in het signaleringsplan benoemd, wat je kunt doen om een terugval te voorkomen. Zo’n signaleringsplan is dus per definitie individueel, omdat het om jouw signalen gaat en om acties, die jij (en/of je omgeving) kunt ondernemen om te voorkomen dat de eerste signalen uitmonden in een depressieve of manische episode. Door het gebruiken van een signaleringsplan kun je zoveel mogelijk controle over je eigen leven houden. Zo kun je er precies in beschrijven wat jij (en/of je omgeving) kunt doen om te voorkomen dat het uit de hand loopt. Eén van de dingen, die je zou kunnen doen is het ondernemen van contragedrag, het woord zegt het al, gedrag dat tegengesteld is aan wat je geneigd bent te doen. Bijvoorbeeld als je somber bent, heb je de neiging om niet veel meer te ondernemen en afspraken af te zeggen. Met contragedrag wordt dan bedoeld dat je juist niet datgene doet wat je geneigd bent te doen (bijvoorbeeld in bed gaan liggen, omdat je je somber of lusteloos voelt), maar het tegenovergestelde. Iets anders dat je zou kunnen opschrijven in het signaleringsplan is bijvoorbeeld het nemen van slaapmedicatie als je één of twee nachten minder dan 6 uur slaapt.
Voor mensen met een bipolaire stoornis is het aanleren van vaardigheden om vroege signalen van een terugval te herkennen en bij te sturen belangrijk. Het verlengt de tijd tot een volgende terugval en opname.

Inmiddels hebben veel patiënten binnen ons team een signaleringsplan en gaan daar zelf heel actief mee om. Zo krijg ik af en toe mailtjes van patiënten, die mailen dat zij tijdelijk extra slaapmedicatie hebben genomen, omdat ze slecht sliepen of gestart zijn met vooraf afgesproken medicatie, omdat ze merkten dat ze wat drukker werden en alleen contragedrag (in dit geval bijvoorbeeld afspraken afzeggen) niet voldoende hielp.
Overigens is het zo dat zo’n signaleringsplan altijd in samenspraak wordt gemaakt, dus patiënt, verpleegkundige en psychiater maken samen het plan.

Zowel voor de patiënt als voor de behandelaar is deze manier van werken veel leuker. Als patiënt heb je veel meer de regie over je leven en als behandelaar ben je meer de coach, die als deskundige meedenkt en adviezen geeft: een win-win situatie.